Resultatenrekening (winst-en-verliesrekening) in Excel

Aan het eind van het jaar wil je eigenlijk maar één ding weten: heb ik winst of verlies gemaakt? De resultatenrekening, ook wel winst-en-verliesrekening genoemd, geeft dat antwoord in een geordend overzicht. Het is geen mysterieus accountantsdocument, maar een logische opsomming van je opbrengsten en kosten die uitkomt op je nettoresultaat. In deze gids bouwen we er samen een op in Excel, stap voor stap en met de juiste formules, zodat je precies begrijpt hoe je winst tot stand komt.

Wat is een resultatenrekening?

De resultatenrekening zet je opbrengsten bovenaan en trekt daar in een vaste, logische volgorde je kosten van af. Zo werk je toe naar drie belangrijke tussenstappen: de brutomarge, het bedrijfsresultaat en uiteindelijk het nettoresultaat. Elke tussenstap vertelt je iets anders over de gezondheid van je onderneming. De brutomarge zegt iets over je inkoop, het bedrijfsresultaat over je vaste kosten en het nettoresultaat over je onderneming als geheel.

Stap 1: Begin met de omzet

Zet bovenaan je netto-omzet: alle verkopen exclusief btw over het jaar. Heb je meerdere omzetsoorten, bijvoorbeeld advies en trainingen, zet ze dan onder elkaar en tel op met =SUM(B2:B4). Dit is de startlijn waarvan alles wordt afgetrokken, dus zorg dat hij klopt en écht exclusief btw is. Werk je met bedragen inclusief btw uit je facturen, reken die dan eerst terug naar exclusief voordat je ze hier gebruikt.

Post Bedrag
Netto-omzet € 82.000,00
Af: inkoopwaarde € 24.600,00
Brutomarge € 57.400,00
Af: personeelskosten € 18.000,00
Af: huisvesting € 9.600,00
Af: overige kosten € 7.200,00
Nettoresultaat € 22.600,00

Stap 2: Bereken de brutomarge

De brutomarge is je omzet min de inkoopwaarde van wat je daadwerkelijk verkocht hebt. Staat de omzet in B2 en de inkoopwaarde in B3, dan bereken je de brutomarge met =B2-B3. Deze marge laat zien hoeveel er overblijft om al je vaste kosten mee te dekken. Is je brutomarge structureel te laag, dan zit je probleem bij je inkoop of je verkoopprijzen, en niet bij je overige kosten.

Stap 3: Trek de bedrijfskosten af

Zet onder de brutomarge je kostenposten netjes onder elkaar: personeel, huisvesting, marketing, afschrijving en overige kosten. Tel ze samen op met =SUM(B6:B12). Het bedrijfsresultaat is vervolgens de brutomarge min die totale kosten: =B4-B13. Door je kosten uit te splitsen in plaats van als één groot bedrag te boeken, zie je precies waar je geld heen gaat en waar je zou kunnen besparen.

Stap 4: Kom uit op het nettoresultaat

Heb je nog rente of andere financiële lasten, trek die er als laatste af om op het nettoresultaat te komen. Is dat resultaat positief, dan heb je winst gemaakt; is het negatief, dan draaide je dat jaar verlies. Maak deze belangrijke slotregel met voorwaardelijke opmaak groen bij winst en rood bij verlies, zodat de uitkomst je meteen aankijkt zodra je het blad opent. Dit is het getal waar het hele overzicht om draait.

Stap 5: Bereken je marges

Voor echt inzicht reken je tot slot je nettowinstmarge uit: het nettoresultaat gedeeld door de omzet. In een formule is dat =B14/B2, opgemaakt als percentage. Voorkom een lelijke deling door nul als de omzet nog leeg is met =IFERROR(B14/B2, 0). Die marge maakt jaren vergelijkbaar, ook als je omzet groeit. Wil je een compleet startpunt, gebruik dan onze winst-en-verliesrekening of het bredere financieel jaaroverzicht.

Wat je cijfers je écht vertellen

Een resultatenrekening is meer dan een verplicht nummer voor de jaarrekening; het is een schat aan informatie over je onderneming, als je hem leert lezen. Vergelijk je resultaat van dit jaar met dat van vorig jaar, post voor post, en er ontstaat een verhaal. Steeg je omzet maar bleef je winst gelijk? Dan zijn je kosten harder gegroeid dan je omzet, en is het tijd om te kijken waar dat zit. Zet de belangrijkste posten als percentage van de omzet, met bijvoorbeeld =B6/B2, zodat je jaren met verschillende omzetten eerlijk kunt vergelijken.

Let vooral op je brutomarge als percentage, want die is vaak het eerste teken dat er iets verandert. Daalt hij, dan zijn je inkoopprijzen gestegen of zijn je verkoopprijzen achtergebleven; in beide gevallen wil je dat vroeg weten. Maak er een gewoonte van om na elke afsluiting drie vragen te stellen: waar zat mijn winst, welke kostenpost groeide het hardst en wat ga ik daar komend jaar aan doen? Zo wordt je resultatenrekening geen terugblik die je archiveert, maar een startpunt voor betere beslissingen in het jaar dat komt.

Wacht bovendien niet tot het einde van het jaar met kijken. Bouw je resultatenrekening zo op dat je hem ook per kwartaal of zelfs per maand kunt invullen. Een tussentijdse resultatenrekening laat je bijsturen terwijl het nog kan, in plaats van in januari te constateren dat het jaar tegenviel. Veel ondernemers merken pas veel te laat dat hun kosten uit de pas lopen; wie elk kwartaal een half uur naar zijn cijfers kijkt, houdt het roer stevig in handen en voorkomt onaangename verrassingen bij de jaarrekening.

Tot slot: begrijp het verschil tussen winst en geld op de bank. Je resultatenrekening kan een mooie winst tonen terwijl je bankrekening bijna leeg is, bijvoorbeeld omdat klanten nog moeten betalen of omdat je een grote investering hebt gedaan die je over meerdere jaren afschrijft. Winst is dus niet hetzelfde als cash. Leg je resultatenrekening daarom altijd naast je banksaldo en je openstaande posten. Pas als je die drie samen bekijkt, heb je een compleet en eerlijk beeld van hoe je onderneming er financieel echt voor staat.

Veelgemaakte fouten

Bedragen inclusief btw gebruiken. De resultatenrekening werkt met bedragen exclusief btw. Btw is geen opbrengst of kostenpost, maar loopt via je aangifte.

Investeringen als kosten boeken. Een dure aanschaf schrijf je over meerdere jaren af; boek je het in één keer, dan klopt je resultaat van dat jaar niet.

Privé-opnames als kosten opvoeren. Wat je als ondernemer privé opneemt is geen bedrijfskost. Houd zakelijk en privé strikt gescheiden.

Deling door nul. Reken je een marge uit terwijl de omzet nog leeg is, dan volgt #DEEL/0!. Vang dat netjes af met IFERROR.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen brutomarge en nettoresultaat?

De brutomarge is je omzet min de inkoopwaarde. Het nettoresultaat is wat er overblijft nadat ook alle bedrijfskosten en financiële lasten eraf zijn. Het nettoresultaat is dus je uiteindelijke winst of verlies over het jaar.

Hoort de resultatenrekening bij de jaarrekening?

Ja. Samen met de balans vormt de resultatenrekening de kern van je jaarrekening. De balans toont je bezittingen en schulden op een moment; de resultatenrekening toont je prestatie over het hele jaar.

Reken ik met of zonder btw?

Zonder btw, dus met bedragen exclusief. De btw loopt via je btw-aangifte en hoort niet in je winst-en-verliesrekening thuis. Zo geeft het overzicht een zuiver beeld van je resultaat.